Spring naar content
Olivier Hekster & Corjo Jansen
€ 19.95

Diocletianus: tussen eenheid en versnippering

Na de behandeling van de publiekslievelingen onder de Romeinse keizers in de veelgeprezen Constantijn de Grote. Traditie en verandering (2012) en De wereld van Hadrianus (2015), is de derde ‘keizerbundel’ van Uitgeverij Vantilt gewijd aan een keizer met een iets minder rooskleurige reputatie: Diocletianus. Tussen eenheid en versnippering. Het boek, samengesteld door Olivier Hekster en Corjo Jansen, geeft een goed beeld van deze keizer-vernieuwer en zijn regeerperiode.

Diocletianus (284-305 n. Chr.) kwam aan het eind van de roerige derde eeuw aan de macht als de zoveelste ‘soldatenkeizer’ op rij, die op basis van militaire verdienste en dito achterban het purper wist te bemachtigen. In tegenstelling tot zijn minder fortuinlijke voorgangers, van wie de heerschappij over het algemeen weer rap gewelddadig werd beëindigd, wist Diocletianus zijn positie en het keizerlijke ambt te stabiliseren dankzij een reeks aan maatregelen op economisch, bestuurlijk en religieus gebied (berucht is zijn rol in de christenvervolgingen). Diocletianus vernieuwde bijvoorbeeld kort na zijn machtsovername op ongekende wijze het keizerlijk bestuur, door een medekeizer (augustus) en enkele jaren later twee onderkeizers (caesares) te benoemen. Dit keizercollege van vier heersers is de geschiedenis ingegaan als de tetrarchie.

Versnippering en overlap

In Diocletianus wordt zijn regeerperiode onderzocht aan de hand van het spanningsveld tussen eenheid en standaardisatie aan de ene kant, en de versnippering binnen het Romeinse Rijk aan de andere kant. Onderzoekers van (voornamelijk) de Radboud Universiteit in Nijmegen behandelen in negen bijdragen, geflankeerd door een proloog en epiloog, de verschillende aspecten van Diocletianus’ regeerperiode. Niet alleen zijn vernieuwingen op economisch, bestuurlijk en religieus vlak, maar ook de keizerlijke beeldtaal en bouwpolitiek, en de beeldvorming van Diocletianus in antieke bronnen komen aan bod. De bijdragen laten zich afzonderlijk van elkaar lezen. Van kaft tot kaft zijn de herhalingen een tikkeltje storend, met name over het religieuze ‘programma’ van de tetrarchie en de christenvervolgingen: hier was een iets zorgvuldigere redactie welkom geweest.

Olivier Hekster maakt in de eerste bijdrage de lezer warm voor de tetrarchie door de innovatieve en, vanuit Romeins perspectief, ongekende aspecten van de tetrarchische staatsvorm te belichten. Nieuw en (daardoor?) uiteindelijk gedoemd te mislukken was de afschaffing van een dynastiek opvolgingssysteem waarbij de twee augusti vrijwillig aftraden om plaats te maken voor hun opvolgers. Erika Manders bespreekt aan de hand van recent onderzoek in de muntkunde de motieven voor de beruchte christenvervolgingen van Diocletianus. Ze toont aan hoe de zogenaamde ‘Grote Vervolging’ begrepen moet worden als logisch gevolg van andere maatregelen onder de tetrarchen met hang naar conformiteit en standaardisatie.

Standaardisatie is ook terug te vinden in de beeldtaal waarin Diocletianus en zijn medekeizers zich presenteerden, die zich ook van meerdere vernieuwende aspecten bedienden, zoals Sam Heijnen en Sven Betjes in hun bijdrage betogen. Meer beschrijvend dan interpretatief zijn de bijdragen van John Tholen en Vincent Hunink over het portret van Diocletianus in de lofredes Panegyrici Latini en het werk van Lactantius. Tot slot is het artikel van Nathalie de Haan en Stephan Mols bijzonder waardevol, dat uitgebreid ingaat op de indrukwekkende materiële nalatenschap van de tetrarchen in Rome en andere delen van het rijk. Met name hun bespreking van de Thermen van Diocletianus in Rome en de lotgevallen van dit reusachtige badencomplex in latere eeuwen zal menig Romebezoeker aanspreken. Daarmee biedt deze bundel in zijn totaliteit interessante en goed onderbouwde bijdragen aan de kennis over het verloop van Diocletianus’ regeerperiode en het staatkundige experiment van de tetrarchie.

De tetrarchie is meer dan Diocletianus

Bij het lezen van de bijdragen rijst wel de vraag in hoeverre de verschillende veranderingen in deze periode op het conto van Diocletianus geschreven mogen worden. Over de herindeling van de provincies merkt Daniëlle Slootjes terecht op dat de dominante rol die Diocletianus in de antieke bronnen krijgt toebedeeld, in de praktijk waarschijnlijk minder prominent uitviel en ook andere tetrarchen een aandeel in de vernieuwingen hadden. De tetrarchische regeringsvorm betekende immers een verdeling van de macht.

Toegegeven, binnen het bestek van amper 200 pagina’s is het lastig, al dan niet onmogelijk, om de tetrarchie in zijn geheel onder de loep te nemen. Toch vraag ik me af of deze keizerbundel niet beter als een keizersbundel opgezet had kunnen worden, dat wil zeggen de tetrarchie als meer te presenteren dan alleen de regeringsperiode van Diocletianus. Daarnaast laat het gebrek aan afstemming tussen verschillende auteurs bepaalde vragen open. Renske Janssen, Erika Manders en Vincent Hunink behandelen bijvoorbeeld in drie verschillende bijdragen de rol van Diocletianus in de ‘Grote Vervolging’, maar een algemene conclusie ontbreekt. Als lezer vraag je je bovendien af – vooral gezien de vraagtekens die je kunt zetten bij de centrale rol van Diocletianus binnen het keizercollege – of Diocletianus’ mogelijke rol in die vervolgingen, vooral ten opzichte van die van medetetrarch Galerius, misschien nieuw of anders geïnterpreteerd zou kunnen worden.

Incompleet doch waardevol

Tot slot is het jammer dat nieuwe onderzoeksresultaten over Lactantius’ portret van Diocletianus en de lofredes Panegyrici Latini, gepresenteerd in de onlangs verschenen bundel Imagining Emperors in the Later Roman Empire (Diederik Burgersdijk & Alan J. Ross (red.), 2018), nog niet doorklinken in Diocletianus. Dat is bovendien verwonderlijk omdat aan Imagining Emperors in the Later Roman Empire eveneens onderzoekers hebben meegewerkt die verbonden zijn aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Ondanks deze kritiekpunten is Diocletianus. Tussen eenheid en versnippering een geslaagde publicatie over de regeerperiode van Diocletianus en een waardevolle bijdrage aan de kennis over de staatkundige vernieuwing in het Romeinse Rijk. Hoewel Diocletianus waarschijnlijk nooit tot de publiekslievelingen onder de Romeinse keizers zal behoren, krijgt zijn regeerperiode met deze keizerbundel eindelijk de verdiende aandacht.

 

Recensie door Evelien J.J. Roels

X
X
X