Spring naar content
Adrian Goldsworthy
€ 22,50

Hannibals meesterzet

De slag bij Cannae, 216 v.Chr.

Er is met de slag bij Cannae iets merkwaardigs aan de hand. Zonder meer is het de meest iconische slag die de Romeinen tegen een buitenlandse vijand op eigen grondgebied hebben geleverd. Dit komt in de eerste plaats door de grote omvang (zo’n vijftigduizend Romeinen sneuvelden, onder wie de consul Aemilius Paullus), alsook door de echo van angst die de nederlaag nog eeuwen deed rondgalmen. Cannae was een traumatische slag, die de loop van de Romeinse geschiedenis bepaalde. Of toch niet?

Adrian Goldsworthy is de consciëntieuze historicus en productieve schrijver die op grond van schaars historiografisch en archeologisch materiaal een gedetailleerde reconstructie van de gebeurtenissen op 2 augustus 216 maakte. Al twintig jaar geleden, maar zijn boek bleef herdrukken beleven en is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. In het boek is vooral aandacht voor de militaire aspecten, over bewapening, troepenopstelling en tactiek. Dit alles gebracht vanuit de historische context waarin het gevecht plaatsvond: als onderdeel en hoogtepunt van de tweede Punische oorlog (218-201), waarin de geduchte krijgsheer Hannibal vanuit Carthago met zijn Afrikaanse, Spaanse en Gallische troepen het opkomende wereldrijk van Rome bevocht.

Na verscheidene overwinningen in het noorden van Italië stootte Hannibal door naar het Pugliese stadje Cannae, nabij de rivier de Aufidus (nu de Ofanto). De Romeinse consul Varro drong aan op de aanval en nam de onwillige Aemilius Paullus mee in zijn strijd. De gebeurtenissen voltrokken zich in hoog tempo: de numeriek sterkere voettroepen van de Romeinen openden de aanval op het centrum van de Carthaagse linie, met succes. Maar Hannibal had gerekend op deze strategie: hij wist met zijn cavalerie razendsnel de flanken te omsingelen en viel de Romeinen in de rug aan. Dat was het begin van de grootste massaslachting die de Romeinen zich voorlopig zouden heugen.

De overwinning, militair en moreel, was ondanks grote verliezen aan Carthaagse kant voor Hannibal. Maar in de daaropvolgende maanden manifesteert zich een dubbele verrassing: Hannibal zet ondanks massale steun van Zuid-Italische steden niet door naar het centrum van de Romeinse macht, Rome zelf. Hannibal ante portas (‘Hannibal voor de poorten’) werd spreekwoordelijk bij ouderlijke vermaningen jegens stoute kinderen, maar Hannibal kwam niet. Het tweede onverwachte effect lag bij de Romeinen zelf: zij gaven zich ondanks de verpletterende nederlaag niet over, zoals gebruikelijk was in internationale oorlogsvoering, waar de Romeinen nog niet zo lang aan deelnamen. Doorzettingsvermogen en weigering tot overgave, gecombineerd met een inherente agressie, bleek de sleutel tot eeuwenlange expansie, zo verklaart Goldsworthy de unieke kracht van het Romeinse leger. Hannibal bleef bekend als de generaal die wel een overwinning wist te behalen, maar niet uit te buiten (zo lezen we in de Latijnse geschiedschrijver Livius; de andere belangrijke bron, de Griek Polybius, is na de betreffende gevechtshandelingen niet overgeleverd).

Cannae bleef tegen verwachting vanuit militair opzicht zonder gevolgen voor het Romeinse imperium; het kon zijn opmars niet stuiten. Maar de slag werd iconisch. De angst voor de Carthagers bleef heersen tot de stad met de grond gelijk werd gemaakt. Hannibal bleef geprezen als de grootste generaal buiten Rome, groter nog dan zijn Romeinse evenknieën (maar uiteindelijk met een zwakker leger). Zijn strategieën worden tot op de dag van vandaag ten voorbeeld genomen. Het was de Duitse generaal Von Schlieffen die aan het eind van de 19de eeuw zijn aanvalsplan op de Franse troepen in het Rijnland voorbereidde op basis van Hannibals plan. In de Tweede Wereldoorlog rukten de Duitse troepen aan het oostfront op volgens het Carthaagse model en de Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf deed ditzelfde tegen de Irakezen in de eerste Golfoorlog in 1991.

Het is juist dit laatste aspect dat wel wordt genoemd, maar slechts in een epiloog wordt afgedaan, en de overeenkomsten worden gerelativeerd waar het op de uiteindelijke uitvoering aankomt. Dat tekent Goldsworthy’s feitelijke blik, want in de beleving van de verantwoordelijke generaals was Hannibal wel degelijk inspiratiebron (dagboeken en documentaires getuigen ervan). De ‘receptie’ van de slag in de Romeinse oudheid zelf wordt helemaal niet genoemd: post Cannensem pugnam (‘na de slag bij Cannae’) is een uitdrukking van Cicero in de late republiek tot Livius in de vroege keizertijd en Ammianus Marcellinus in de late oudheid die het historisch belang onderstreept. Terwijl in de herinnering aan de slag het historisch belang gelegen is, beperkt Goldsworthy zich op basis van gedegen kennis tot de feitelijke gang van zaken, waar we eigenlijk maar weinig van weten.

Dat is het merkwaardige: de slag leidde niet tot de gevolgen die bij een zo grote nederlaag te verwachten zijn, maar wordt wel als historisch omslagpunt beleeft, juist in het voordeel van de Romeinen. Rome leed een nederlaag die inherente sterkte en vermogen tot herstel aan het licht bracht, een bepalend moment in de zelfdefiniëring van de Romeinse slagkracht en een verklaring voor tegenwoordige militair-historici, en in die zin een mentaliteits-historisch omslagpunt. Het boek dat Goldsworthy erover schreef leidt tot verheldering in detail en plaatsing in historische context, terwijl de duiding nog een extra dimensie verdient, die van de herinnering. Maar dat is weer een ander boek waard.

 

Recensie door Diederik Burgersdijk, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,4

 

Hannibals meesterzet. De slag bij Cannae, 216 v.Chr.

Auteur: Adrian Goldsworthy. Vertaling: Roelof Posthuma

Uitgever: Onmiboek, 2019

Uitvoering: paperback, 272 pag.

Prijs: € 22,50

X
X
X