Spring naar content

De schepping van de wereld

Philo van Alexandrië, vertaald en toegelicht door Albert-Kees Geljon
€ 24,90

De schepping van de wereld

In het Alexandrië van de oudheid leefden Grieken, Egyptenaren, Syriërs en Joden lange tijd vreedzaam samen. Het aantal Joodse inwoners bedroeg ongeveer 150.000; ze woonden vooral in het noordoostelijke deel van de stad. Vanaf de tweede helft van de 1ste eeuw v.Chr. ontstonden spanningen tussen de Alexandrijnse Joden en de andere bevolkingsgroepen. Ook Philo (circa 15 v.Chr.-circa 45 n.Chr.) kreeg hiermee te maken. Na een pogrom in 38 n.Chr. begaf hij zich als hoofd van een delegatie naar Rome, om bij keizer Caligula zijn beklag te doen over de gouverneur van Egypte, Flaccus. Deze had niet ingegrepen tijdens de rellen, maar had wel de Joden hard aangepakt. Flaccus werd door Caligula ontslagen; onder Claudius werd de rust in Alexandrië hersteld.

Philo heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten. Dit omvat commentaren op de Wet (de boeken van Mozes), allegorische uitleg van het Bijbelboek Genesis, en Vragen en Antwoorden over Genesis en Exodus. Verder heeft Philo een biografie gewijd aan de figuur van Mozes. Hij schreef enkele niet-religieuze, wijsgerige werken en deed ook schriftelijk verslag van zijn reis naar Rome.

Als Bijbeluitlegger maakt Philo dankbaar gebruik van de platonische filosofie. Geest staat tegenover materie en lichaam; het intellect moet leiding even aan de gevaarlijke hartstochten. Zo kan men gelukkig worden en God aanschouwen. Ook de Stoa speelt in Philo’s levensvisie een belangrijke rol: apatheia, gemoedsrust, is het doel van het leven.

De eerste van Philo’s commentaren op de Wet van Mozes is De opificio mundi (De schepping van de wereld). Het thema van de verleiding door de slang in het paradijs krijgt hierin alle aandacht: een mens kan bezwijken voor genot en verslaafd raken aan hartstochten. Deze passies kunnen we echter onschadelijk maken door zelfbeheersing en rechtvaardigheid. Een mens kan zijn hoop stellen op God, die immers van zijn kant de mens bemint.

Voor veel lezers van vandaag zal het platonische dualisme tussen lichaam en geest moeilijk te verteren zijn. Toch kan het heilzaam zijn om de oplossing van psychische of sociale problemen te zoeken in het geestelijk leven, in plaats van een beroep te doen op botox, plastische chirurgie of zelfs geslachtsverandering. Iets dergelijks geldt voor de antieke nadruk op rationele beheersing. Zeker, we hebben in de moderne tijd geleerd dat het onder- en onbewuste een mens in sterke mate beïnvloeden. Het openbaren van diepere zielenroerselen is in de media geliefd. Niets maakt een programmamaker zo blij als een geïnterviewde die in tranen uitbarst. Maar de ouden hebben natuurlijk wel gelijk als ze stellen dat de emoties van genot, begeerte, angst en verdriet sturing moeten ontvangen van de rede. Dat zorgt voor menselijke waardigheid.

De prachtige vertaling van De opificio mundi door Albert-Kees Geljon, leraar klassieke talen aan het Christelijk Gymnasium te Utrecht, kan ik iedereen aanbevelen. Eerder liet hij al Philo’s Het leven van Mozes het licht zien (2014). In samenwerking met de Nederlandse Philo-kenner David Runia becommentarieerde hij De plantatione (2013). Het is goed om te zien dat, in deze barre tijden voor de patristiek in Nederland, er steeds weer mensen zijn die dit kostbaar erfgoed levend houden.

 

Recensie door Rijk Schipper, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,4

 

De schepping van de wereld

Auteur: Philo van Alexandrië. Vertaald en toegelicht door Albert-Kees Geljon

Uitgever: Damon, 2020

Uitvoering: hardcover, 160 pag.

Prijs: € 24,90

X
X
X