Spring naar content

Ibis. Een verwensing

Ovidius, vertaald en toegelicht door Christiaan Caspers
€ 14,90

Ibis. Een verwensing

Ibis is een spannende tekst: het gedicht is mysterieus, duister en onzeker. Dit heeft zijn populariteit in de loop der tijden belemmerd: er is geen eenduidige tekstoverlevering en tot voor kort was de recentste en enige Nederlandse vertaling die van Abraham Valentyn uit 1678. In 1955 werd er dan wel een schooluitgave op de markt gebracht, maar die bevatte slechts het eerste deel van de tekst met een negatieve recensie over het weggelaten vervolg.

Christiaan Caspers is dan ook te prijzen voor zijn tegendraadse keuze voor juist dit werk. Zijn vertaling van Ibis is verschenen als deel 7 in de reeks Monobiblos, waarin vertaalde antieke poëzie verschijnt. Na het lezen van zijn vertaling en toelichtingen is direct duidelijk waarom Ovidius’ tekst fascineert en wel degelijk een lezerspubliek verdient.

Ibis is onderdeel van Ovidius’ zogenaamde ballingschapspoëzie, waarvan zijn Tristia het bekendst is. Het gedicht is een lange verwensing aan een anonieme vijand, op basis van mythologische gruwelijkheden: ‘Al deze stervenswijzen én erger zullen | als gevolg van mijn vloek de jouwe zijn’ (p. 29). Er volgt een ware catalogus met akelige levenseinden uit de klassieke mythologie. Om een idee te geven: ‘Laat Apollo je diep in de hel begraven, | zoals Crotopus zijn dochter begroef, | sterf aan een soortgelijke pest als waar de | god haar dood toen mee gewroken heeft, | sterf als Hippolytus aan de wraak van Venus, | als balling in een verkeersongeluk!’ (p. 34)

De vertaler stond voor een grote uitdaging om Ovidius’ vervloekingsverzen over te zetten naar een Nederlands equivalent. Begrijpelijkheid stond voorop: in plaats van een raadselachtige omschrijving van de mythologische personages – Ovidius noemt vaak geen naam – is de vertaling wel expliciet. Deze keuze doet de vervloeking in het Nederlands minder duister klinken dan in het Latijn, maar de vertaler compenseert ermee de sleetse mythologische kennis van de gemiddelde moderne lezer. Desalniettemin verwondert de overdadige vervloeking.

Het ‘Nawoord’ wakkert bovendien fascinatie aan voor deze tekst. De vertaler gaat er uitgebreid in op de vermeende ballingschap van Ovidius: was dit een literair spel of een historische werkelijkheid (zie hierover recent ook: Hermeneus 92,3, p. 46-51)? En was keizer Augustus dan wellicht de vervloekte vijand? Daarnaast blijkt Ovidius niet zomaar een catalogus van gruwelijkheden te bieden – zoals een lezer op het eerste gezicht zou kunnen denken –, maar de subtiel gegroepeerde mythologische voorbeelden bouwen thematisch op tot een diepere betekenislaag. De toelichting toont dit aan met slechts een enkel voorbeeld. Dat is eigenlijk jammer, want juist dit betekenisspel toont Ovidius als meesterdichter. Het daagt de lezer daarom uit tot herlezen, precieze mythologie naspeuren en zelf nieuwe interpretaties vormen.

 

Recensie door John Tholen, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,4

 

Ibis. Een verwensing

Auteur: Ovidius. Vertaald en toegelicht door Christaan Caspers

Uitgever: Damon, 2020

Uitvoering: paperback, 72 pag.

Prijs: € 14,90

X
X
X