Spring naar content

Mijn lieve Calpurnia

Plinius de Jongere, vertaald en toegelicht door Vincent Hunink
€ 12,50

Mijn lieve Calpurnia

Romeinse vrouwenportretten

Mijn lieve Calpurnia is het nieuwste deel in de reeks brieven van Plinius die Vincent Hunink vertaalt. De drie tedere brieven aan zijn jonge vrouw vormen het warm kloppende hart van dit boek. Ze zijn aangevuld met brieven aan andere vrouwelijke correspondenten, en met acht brieven aan mannen, waarin Plinius uitgebreide portretten schrijft van vrouwen die hij heeft gekend en bewonderd.

Plinius de Jongere (circa 62-circa 113 n.Chr.) publiceerde poëzie, redevoeringen en een deel van zijn correspondentie. Afgezien van een lofrede op keizer Trajanus bleven alleen zijn brieven bewaard. Plinius bewerkte ze grondig voor publicatie, zodat ze immer elegant en exemplarisch zijn, en getuigen van een intellectuele brille die in deze vertaling volkomen tot zijn recht komt.

Plinius was tegen de 40 toen hij met de vermoedelijk 14 jaar oude Calpurnia trouwde. Zij was zijn derde vrouw. De brieven aan Calpurnia stammen uit de zomer van 107, die zij in Campanië doorbracht om te herstellen van een ziekte. Het paar was toen ongeveer zeven jaar getrouwd. Plinius modelleerde de brieven naar het werk van dichters als Propertius, Tibullus en Sulpicia. Geliefden die zijn gescheiden door een reis, bezorgdheid over de beminde en verlangen naar een weerzien; Plinius recapituleert hier al deze bekende thema’s uit de Latijnse liefdespoëzie. Zijn literaire allusies culmineren in de laatste brief, waarin hij vertelt hoe hij na slapeloze nachten naar Calpurnia’s kamer loopt om daar bedremmeld te eindigen ‘als een minnaar voor een dichte deur’. De echtgenoot als minnaar: Plinius’ brieven aan zijn vrouw blinken uit als poëticaal spel én als glanzende liefdesbrieven.

Uit een brief aan Calpurnia’s tante kunnen we opmaken dat Calpurnia zo geletterd was dat zij dit literaire raffinement zeker kon waarderen. Plinius beschrijft haar als een toegewijde echtgenote: ‘Ze zet zelfs verzen van mij op muziek en speelt ze dan op haar lier, zonder de lessen van een muziekdocent maar alleen van de liefde, die de beste leraar is.’ De minzame toon die Plinius hier aanslaat is representatief voor de manier waarop hij in de overige brieven aan en over vrouwen schrijft.

De inleiding van Emily Hemelrijk is onmisbaar om Plinius’ houding ten opzichte van vrouwen in perspectief te kunnen plaatsen. In de afsluitende portretten schrijft hij vol waardering over aristocratische vrouwen die de oude republikeinse mores hooghielden, maar verder maakte hij vrouwen graag een maatje kleiner dan ze waren. De schatrijke Ummidia Quadratilla, bijvoorbeeld, beschrijft hij als uitsluitend geïnteresseerd in mimespelers, terwijl uit andere bronnen bekend is dat zij voor haar stad grote bouwwerken en evenementen organiseerde en financierde. De manier waarop Plinius onbewust gevoelens van mannelijke superioriteit ten aanzien van vrouwen onthult, is een van de meest fascinerende aspecten van dit deel van zijn correspondentie.

 

Recensie door Mieke de Vos, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,3

 

Mijn lieve Calpurnia

Auteur: Plinius de Jongere. Vertaald en toegelicht door Vincent Hunink

Uitgever: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2020

Uitvoering: hardcover, 104 pag.

Prijs: € 12,50

X
X
X