Spring naar content

De glorie van Rome

Adrian Goldsworthy
€ 23,99

De glorie van Rome

De klassieke kunst van het oorlog voeren

Bij Uitgeverij Omniboek is een Nederlandse vertaling verschenen van Adrian Goldsworthy’s Roman warfare (2000): De glorie van Rome. De klassieke kunst van het oorlog voeren. Het boek is het tiende in een reeks van vertalingen van Goldsworthy’s werken in het Nederlands. Het succes van eerdere werken, waaronder biografieën van de beroemde Romeinse leiders Caesar (2009) en Augustus (2016), verklaart waarom nu teruggegrepen wordt op de eerste schreden op het literaire pad van een inmiddels gevestigde schrijver. Maar niet alleen de volledigheid rechtvaardigt de uitgave van een vertaling: het betreft hier een zeldzaam helder en leesbaar overzicht van een weerbarstig onderwerp als Romeinse oorlogsvoering.

Het boek behandelt grotendeels chronologisch alle aspecten van het leven in het Romeinse leger (soldaten, hun bewapening, samenstelling, organisatie, tactiek en techniek), maar ook de brede politieke context en historische lijnen waarin en waarlangs het leger zich bewoog. Het Romeinse leger, eenvoudig en herkenbaar als het klinkt, blijkt in Goldsworthy’s behandeling een rijkgeschakeerde sociale klasse met een rijke cultuur, aangestuurd door toegewijde leiders die hun macht en wereldrijk ermee verwierven.

In de Romeinse ideologie speelde het begrip bellum iustum (‘rechtvaardige oorlog’) een belangrijke rol: de goden moesten welgezind zijn (de religieuze component) en er moest een daad van agressie door de beoogde tegenstander zijn begaan. Op eigen initiatief een oorlog beginnen gebeurde wel, maar altijd werd daar een rechtvaardigingsgrond aan verbonden, op straffe van veroordeling door de senaat, die toestemming diende te geven voor militaire expedities. In dit verband wordt de discussie aangehaald over de vraag hoe en waarom het Romeinse wereldrijk tot stand kwam: was dat het resultaat van een toevallige dan wel noodzakelijke uitbreiding van macht op uitnodiging van buurvolken, door internationaal politieke ontwikkelingen waarbij de sterkste boven kwam drijven? Of was er sprake van een doelbewuste agressie en drang tot uitbreiding, zoals vooral de oudhistoricus William Harris (War and imperialism, Oxford 1976) bepleitte? Goldsworthy hangt die laatste visie aan.

De agressie komt voort uit het vroeg-republikeinse gebruik onder senatoriale families die, wanneer hun familiehoofd het jaarlijks wisselende consulaat bekleedde, in het betreffende jaar zoveel mogelijk oorlogsroem trachtte te vergaren. Bij het verslaan van een buitenlands volk werd het buitgemaakte oorlogstuig in Rome tentoongesteld, werden soldaten beloond met de opbrengst van plundering, en werd bij buitengewone verdienste een triomftocht toegekend. Op dat laatste aspect gaat Goldsworthy minder in dan anderen dat deden in de twee decennia na de oorspronkelijke versie in 2000, zeker sinds het spraakmakende The Roman triumph van Mary Beard (2007). Wel wordt de platitude genoemd dat er vijfduizend slachtoffers gemaakt moeten zijn voor zo’n toekenning, een gegeven dat slechts één keer in de klassieke literatuur wordt genoemd door Valerius Maximus, en een triomftocht door reisgidsen en populaire boeken heeft gemaakt.

 

Recensie door Diederik Burgersdijk, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,3

 

De glorie van Rome. De klassieke kunst van het oorlog voeren

Auteur: Adrian Goldsworthy

Uitgever: Omniboek, 2019

Uitvoering: paperback, 256 pag.

Prijs: € 23,99

X
X
X