Spring naar content
Fik Meijer
€ 24,99

Schoonheid voor het oprapen. Romeinse kunstjagers & hun navolgers

Schoonheid voor het oprapen is het recentste werk van Fik Meijer, een van Nederlands meest gelezen schrijvers van populairwetenschappelijke boeken over de klassieke oudheid. Ook in dit boek neemt hij ons op zijn herkenbare, erudiete wijze mee naar Griekenland en Rome, ditmaal aan de hand van een fenomeen dat als ‘kunstroof’ wordt getypeerd. Meijer definieert dit begrip, alhoewel in zeer algemene zin, in een tamelijk korte inleiding en illustreert het aan de hand van een voorbeeld uit het Parijs van Napoleon. In 1798 werden sculpturen en andere voorwerpen vanuit Rome in processie Parijs binnen gevoerd. Het waren deze objecten die Parijs zouden moeten bevestigen als het ‘Nieuwe Rome’ en hoofdstad van Europa. Op een soortgelijke manier zijn vele kunstvoorwerpen het Rome van de republiek en keizertijd binnengekomen. 

Deel één van het boek begint met een beknopt overzicht van wat Meijer ‘kunstroof’ noemt. Dit beslaat de periode van de 6de eeuw v.Chr. tot aan Alexander de Grote, als aanloop naar de beroemde triomftocht van Marcellus in 211 v.Chr. Deze gold als een omslagpunt waarbij kunst voor de Romeinen een van de belangrijkste vormen van oorlogsbuit werd. Wat volgt is een gedetailleerde uiteenzetting van Romeinse triomftochten tot aan keizer Constantijn. Door de introductie van zoveel nieuwe materiële cultuur verandert de Romeinse attitude tegenover luxuria. Ook de kunsthandel deed haar intrede, en er moest worden vastgesteld welke vormen van kunstroof nog maatschappelijk aanvaardbaar waren. Dit laatste wordt beschreven aan de hand van Cicero’s aanklacht tegen Gaius Verres, de veldheer die zich op Sicilië schuldig zou hebben gemaakt aan buitenproportionele kunstroof voor eigen gewin.

In het tweede deel van het boek – ‘Nieuwe’ Romeinen – maken we een sprong naar de (vroeg)moderne tijd. Zowel individuen, als onderdeel van hun grand tours, alsook de opkomende musea verrijkten hun collecties met antieke voorwerpen die ze kochten – of roofden – in het mediterrane gebied. Het is interessant te constateren dat het hetzelfde soort voorwerpen is dat in beide perioden een grote aantrekkingskracht uitoefent op degenen die er mee in aanraking komen. Daarnaast toont de tweede helft van het boek de maatschappelijke relevantie van het bestuderen van de oudheid. Kennis over kunstroof door de Romeinen compliceert het debat over de repatriëring van cultureel erfgoed. De conclusie van het boek belicht dit, zonder handelingen van 18de-/19de-eeuwse roofzucht goed te praten. 

De kracht van dit boek is het levendige, historische overzicht van een fenomeen dat bij het grote publiek nog steeds grotendeels onbekend is. Meijer vertelt een selectie van antieke (schriftelijke) bronnen voorbeeldig na. Daarin schuilt echter ook een valkuil. Er wordt een ogenschijnlijk volledig verhaal verteld op basis van zeer gefragmenteerde, multi-interpretabele antieke bronnen, wat niet altijd inzichtelijk wordt gemaakt voor de lezer. Materiële cultuur is daarbij in het boek vooral lijdend voorwerp en archeologische objecten illustreren hoofdzakelijk dat wat de literaire bronnen ons vertellen. Dit effect wordt versterkt door de rijkelijke maar ongenummerde illustraties waar in de tekst zelden direct naar verwezen wordt. Desalniettemin is het boek een aanrader voor iedereen met interesse in de oudheid als wel in het debat over archeologisch erfgoed.

 

Recensie door Suzan van de Velde, oorspronkelijk gepubliceerd in Hermeneus 92,2

 

Schoonheid voor het oprapen. Romeinse kunstjagers & hun navolgers 

Auteur: Fik Meijer

Uitgever: Athenaeum, 2019

Uitgave: hardcover, 360 pag. 

Prijs: € 24,99

X
X
X